Schriftelijk examen

schriftelijk examen

Wachten in de gang, zenuwachtig worden van het gekwebbel van medestudenten over het examen dat binnen enkele ogenblikken zal starten, het horen van bewegende cursuspagina’s om nog snel iets “op te slaan”… Het zorgt ervoor dat je nog zenuwachtiger wordt dan je al bent en dat is nu net iets wat je niet wil hebben. Wat kan je doen als je zo meteen een schriftelijk examen moet maken?

Hoe pak je het aan?

  • Lees de opgave aandachtig en duid belangrijke woorden aan. Indien de vraag uit meerdere deelvragen bestaat, maak dan voor jezelf duidelijk dat je op meerdere vragen moet beantwoorden door bijvoorbeeld “(a)”,”(b)”, “(c)” boven de vraag te noteren. of “(vb)” als het verplicht is om een voorbeeld te geven.
  • Vooraleer je de vraag oplost op het examenformulier schrijf je enkele sleutelwoorden op, noteer je de kerngedachte of maak je een schema op het kladpapier. Ook als je denkt dat je weinig tijd hebt is het interessant om op kladpapier even deze denkoefening te maken. Op deze manier ben je niet geneigd om elementen te vergeten en om slordig te werken.
  • Op basis van je kladblad schrijf je nu je vraag voluit en gestructureerd op. Formulier je antwoord kort en krachtig. Probeer volledig te zijn, gebruik vaktaal en draai niet rond de pot (geeft geen goede indruk).
  • Het is een goed idee om je antwoord te staven met voorbeelden.
  • Structuur aanbrengen kan door kernwoorden te onderstrepen en/of kleur te gebruiken.
  • Respecteer de beschikbare ruimte en probeer net te schrijven. Ga je buiten de voorziene ruimte, dan is de kans groot dat dit niet gelezen wordt.
  • Controleer of je antwoord voldoet aan de opgave en of je alle deelvragen beantwoord hebt. Let er ook op dat je voorbeelden gebruikt!

Vragen over dit artikel?

Contacteer je studiebegeleider