Hoe schrijf je een paper of bachelorproef?

Stroomdiagram taal

Een paper schrijven gaat niet vanzelf en vergt wat inspanning. Hieronder staat in het kort opgesomd hoe je dit kan aanpakken. Klik op de blauwe woorden voor meer uitleg. Wij spreken steeds van een paper en/of bachelorproef, maar je kan deze tips uiteraard op elk schriftelijke opdracht toepassen.

Voorbereiding

Een goede voorbereiding is het halve werk. Denk daarom eerst goed na over wat je wil bereiken en welke informatie je nodig hebt. Wat zijn de verwachtingen? Lees aandachtig de richtlijnen die je krijgt. Deze kunnen in de les meegedeeld worden, of op Toledo, in de studiewijzer,… In deze richtlijnen vind je de verwachtingen van de docent m.b.t. het soort paper, de omvang van de paper, de opbouw van de paper en de beoordelingscriteria. Als je niet beschikt over deze informatie spreek je de docent zo snel mogelijk aan.

Structuur

Vooraleer je begint te schrijven, kan het interessant zijn om een structuur te maken. Zo zet je de grote lijnen op papier en aan de hand van sleutelwoorden kan je je tekst vorm geven.

Schrijven

Eens je een structuur hebt, begin je te schrijven. Wat zeg je? Is dat nu juist je probleem?

Als een onderwerp je wel interesseert dan start je best met er wat over te lezen. Zo raak je thuis in de materie en terminologie en krijg je een zicht op de verschillende aspecten van het onderwerp. Het is niet de bedoeling heel gedetailleerd te lezen, maar veelbelovende artikels kan je wel al opslaan. Onderbreek je leesactiviteit voor een brainstorming. Je laat (eventueel samen met anderen) alle associaties die je hebt i.v.m. het onderwerp naar boven komen en noteert ze. Je kan hierbij eventueel gebruik maken van een mindmap. Dit moet je in staat stellen om het onderwerp van je paper concreet te formuleren. Je kan pas aan je paper beginnen als je weet op welke vraag je een antwoord wil formuleren. Als je geen concrete vraag voor ogen houdt, is de kans groot dat je zomaar van alles over een bepaald onderwerp gaat schrijven. Afbakenen is dus de boodschap.

Het is leuker om te beginnen met een eenvoudig deel van je paper. Zo schiet je onmiddellijk wat op. Je hoeft ook niet meteen volzinnen neer te pennen. Bij elke rubriek van je structuur noteer je enkele termen en ideeën die je zeker wilt vermelden. Pas daarna begin je te schrijven.

Bij aanvang is het belangrijk dat je vraagstelling concreet is, je antwoord daarentegen hoeft en kan ook nog niet concreet zijn. Het is verleidelijk om al een soort antwoord te formuleren en hier dan bewijsmateriaal voor te zoeken en alles wat je antwoord tegenspreekt daarbij te negeren. Dit zal de kwaliteit van je paper en vooral van je argumentatie niet ten goede komen.

Menig taaldocent zal bij dit advies de wenkbrauwen fronsen en je wellicht aanraden het in de wind te slaan, maar … geloof ons toch maar. Wees bij het schrijven van een eerste versie van een paper nog niet te kritisch naar zinsbouw, stijl, woordkeuze, omvang, e.d…. Het is gemakkelijker een eerste versie te corrigeren en dan bij te sturen dan vanuit het niets een perfecte paper neer te schrijven. Schrijf dus eerst neer wat je te zeggen hebt, op een wijze die jij helder vindt. Ga niet perse op zoek naar de meest originele zin of die woorden die het meeste indruk kunnen maken. De truc van grote schrijvers bestaat uit herschrijven van vele – vaak belabberde – versies.

Refereren

Correct refereren is erg belangrijk als je een kwalitatief goede paper en/of bachelorproef wil afleveren. Zo vermijd je trouwens ook plagiaat!

Herschrijven

Herschrijf je paper verschillende malen en laat ook wat tijd tussen de verschillende schrijfbeurten. Als je een paper één of meerdere dagen laat liggen, lees je hem met andere ogen.

Evalueer paper

Evalueer je paper aan de hand van volgende criteria:

  • Is er een duidelijke indeling?
  • Is je paper logisch geordend?
  • Is er een begin, midden en slot te onderscheiden?
  • Bevat je paper een duidelijke vraagstelling?
  • Is je vraag onderbouwd?
  • Geeft je paper een antwoord op je vraagstelling?
  • Zijn je argumenten en verklaringen duidelijk?
  • Zijn je argumenten onderbouwd?
  • Heb je correct gerefereerd?
  • Beantwoordt je paper aan de verwachtingen van de docent?

Evalueer taalgebruik

Evalueer dan je taalgebruik. Als je moeite hebt met het schrijven van vlot leesbare en duidelijke teksten, gebruik dan eenvoudige woorden en actieve werkwoorden. Je schrijft vrij eenvoudige zinnen die rechtstreeks naar acties verwijzen. Dit leest vlotter en maakt je argumenten gemakkelijker om te volgen. Het verhoogt ook de kans dat een druk bezette lezer (= je docent) de aandacht erbij kan houden. Voor extra taalhulp klik je hier.

Vormgeving

Ten slotte is het tijd voor de lay-out. Dikwijls zijn hier vaste afspraken voor, bespreek dit met je docent. We geven je wel enkele algemene richtlijnen mee.

Bekijk ook de beoordelingscriteria die je vaak vooraf krijgt. Voldoet jouw paper aan deze eisen? Hoe zou je scoren?

Vragen over dit artikel?

Contacteer je studiebegeleider