Nettiquette

shutterstock_160000760 (2)

Tijdens je studieloopbaan zal je regelmatig het internet gebruiken. We denken hierbij aan discussiefora, chatrooms, e-mails… Het gebruik hiervan is op zich eenvoudig. Toch ontstaan veel irritaties en conflicten door een onvoorzichtig gebruik.  Misschien denk je nu dat het jou niet overkomt. Je weet immers dat je niet mag schelden of aan cyberpesten mag doen. Kan je ook alle onderstaande vragen zonder aarzeling beantwoorden?

  • Mag je elke mail die je ontvangt doorsturen naar anderen?
  • Mag je als toeschouwer in een chatroom aanwezig zijn (zonder deel te nemen aan het gesprek)?
  • Wat doe je als een docent na 5 dagen nog niet op je e-mail antwoordde?
  • Mag je bij een klasdiscussie op een chatroom chattaal gebruiken of gebruik je daar ook standaardtaal?
  • Wat doe je als je een viruswaarschuwing krijgt?
  • Mag je een chatgesprek kopiëren?
  • Mag je de foto’s van die klasuitstap op het internet plaatsen?

Als je zin hebt in meer vragen en in de bijbehorende antwoorden kan je klikken op onderstaande linken. De quizzen zijn in het Engels.

Hou je niet zo van quizzen, of scoorde je heel slecht op de quizzen dan kan je hier de basisregels van de nettiquette lezen. Omdat we het schrijven van een correcte e-mail heel belangrijk vinden, geven we ook hierover nog wat gratis tips. Besef dat een niet correct geschreven mail soms grote gevolgen kan hebben. We denken hierbij aan de student die zijn favoriete stageplaats niet kreeg omdat zijn e-mail waarin hij zijn wens kenbaar maakte niet aan de eisen voldeed. In sommige studiegebieden zullen docenten ook de vragen die je per e-mail stelt niet beantwoorden wanneer deze niet aan de criteria voldoet. Je krijgt dan een standaardmail waarin je verzocht wordt je e-mail opnieuw te formuleren.

Basisregels

De regels komen uit het boek Netiquette van Virginia Shea en zijn ook terug te vinden op http://www.albion.com/netiquette/corerules.html.

Regel 1: Vergeet niet dat je met mensen communiceert

Als je iemand niet kan zien is het vaak makkelijker – te makkelijk – om dingen te schrijven en daarbij te vergeten dat er achter een ander scherm een mens zit. Daarom is het heel nuttig om elke boodschap die je wil verzenden of posten te toetsen aan de vraag : ‘Zou ik dit ook rechtstreeks in het gezicht van die persoon gezegd hebben?’. Als het antwoord nee is, herschrijf en herlees.

Besef ook dat de woorden die je schrijft wellicht ergens opgeslagen worden. Je hoeft niet betrokken te zijn bij criminele activiteiten om voorzichtig te zijn. Elke boodschap die je post of verzendt kan bewaard en doorgestuurd worden. Je hebt geen controle over de weg die je mail of boodschap aflegt. Je hebt een redelijke kans dat agressieve woorden je blijven achtervolgen.

Regel 2: Respecteer dezelfde gedragsregels als in het ‘echte’ leven

Ook in cyberspace gelden ethische en wettelijke standaarden. Als je in het dagelijks leven geen films of CD’s steelt, waarom zou je het dan in cyberspace doen? Hetzelfde geldt voor het omgaan met mensen, zoals hierboven reeds geschreven staat.

Regel 3: Weet waar je bent in cyberspace

Wat perfect kan in de ene discussieruimte kan mogelijks niet in de andere. In de ene discussieruimte kan je chattaal, smileys, en dergelijke gebruiken, terwijl dit in een discussieruimte in schoolverband niet gepast is.

Regel 4: Respecteer andermans tijd en bandbreedte

Wanneer je een e-mail zendt of een boodschap post in een discussiegroep, gebruik je andermans tijd. Het is jouw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de tijd die anderen spenderen aan het lezen van je post geen verloren tijd is.

Wees je er ook van bewust dat er een grens is aan de hoeveelheid data die doorgestuurd of opgeslagen kan worden. Denk dus goed na voor je grote bestanden doorstuurt naar anderen.

Denk ook na naar wie je een e-mail stuurt. Je kan gemakkelijk mensen in cc of bcc zetten of op ‘reply all’ drukken, maar stel jezelf vooraf de vraag of deze mensen het echt allemaal moeten weten.

Regel 5: Zorg dat je er online goed uitziet

Eén van de grote mogelijkheden van het internet is dat je met mensen kan communiceren die je anders nooit gesproken zou hebben. Bovendien kan je niet beoordeeld worden op basis van je uiterlijk, je leeftijd of je kledij. Je zal wel beoordeeld worden op basis van de kwaliteit van je schrijfsels. Als je niet goed bent in spelling en grammatica zal dit het oordeel van mensen over jou beïnvloeden. Je kan hen dit kwalijk nemen of je kan zoeken hoe je beter kunt worden in het schrijven. Besteed ook aandacht aan de inhoud van je schrijven. Zorg dat je weet waarover je spreekt en schrijf je boodschap in een duidelijke en gestructureerde vorm. Ga niet schelden.

Regel 6: Deel expertkennis

We zouden het durven vergeten. Het internet werd gesticht omdat wetenschappers informatie wilden delen. Hierin schuilt de kracht van het internet. Je kan vragen online stellen en daar heel wat antwoorden op krijgen. Doe ook jouw deel.  Wees niet bang om te delen wat je weet. Het is dan ook heel vriendelijk om de resultaten op vragen die je online stelde te delen met anderen. Je kan alle ontvangen antwoorden samenvatten en posten in de discussiegroep. Op die manier kunnen ook anderen genieten van de kennis die je opdeed. Bovendien kunnen diegene die de tijd namen om op jouw vraag te reageren ook profiteren.

E-mail

Als je mentoren, directies, docenten… mailt, hanteer je een andere stijl dan bij het mailen naar je vrienden.

1. Je spreekt de ontvanger vriendelijk aan

  • Geachte heer Hindryckx
  • Geachte heer directeur
  • Geachte heer/mevrouw
  • Beste mevrouw X
  • Beste studenten

Merk op: na de aanspreking ben je niet verplicht een leesteken te plaatsen. Wees wel consequent. Als je geen leesteken plaatst na de begroeting, plaats er dan ook geen na de eindbegroeting. Het is ook beleefd om de naam of de functie van de ontvanger te vermelden. ‘Geachte’ of ‘Beste’ zonder meer klinkt wat stroef.

2. Het briefgesprek mag kort en bondig zijn

Als je e-mail een vraag bevat, kader dan je vraag. Een mail waar enkel in staat dat je een probleem hebt met oefening 3, kan een écht raadsel zijn voor de docent. Binnen welke syllabus, welke pagina,… situeert de oefening zich?

  • Schrijf korte, levendige zinnen;
  • Gebruik steeds hetzelfde lettertype;
  • Spring spaarzaam om met onderstrepingen, vet en hoofdletters;
  • Voeg er geen smileys of emoticons aan toe;
  • Let op je spelling! Als dit bijzonder moeilijk voor je is omdat je bv. dyslexie hebt, dan meld je dit aan de geadresseerde;
  • Spreek een vreemde/meerdere met u aan, tenzij heel duidelijk is dat het ten aanzien van deze persoon niet nodig is.

3. Je eindigt met een begroeting. Ook hier hoef je geen leesteken na de begroeting te plaatsen

  • Met vriendelijke groeten (beleefd en persoonlijk)
  • Met sportieve/ muzikale groeten
  • Veel succes
  • Hoogachtend (heel formeel)
  • Vermeld ook niet enkel je naam, maar ook je opleiding en klas

4. En ten slotte

  • Stuur nooit een bijlage (in de bijlage, als bijlage)  zonder mededeling. Dit is erg onbeleefd.
  • Vraag alleen een leesbevestiging als dat echt nodig is.
  • Bedenk voor het zenden van een e-mail of de e-mail wel echt noodzakelijk is.
  • Ga eerst na of je het antwoord niet elders kan vinden.Raadpleeg eerst medestudenten voor je een docent contacteert. Of vraag het tijdens of na de les.

Vragen over dit artikel?

Contacteer je studiebegeleider