Structuur in je document steken

structuur

Opbouw van een tekst

Sta goed stil bij de opbouw van je tekst. Zet niet alle informatie in één brok bij elkaar, maar deel de tekst op in aparte tekstdelen. Dat kunnen hoofdstukken, paragrafen of alinea’s zijn. Bedenk dan de handigste volgorde en kies een opbouw waarmee je de lezer stap voor stap meeneemt door de tekst. Vind je dit moeilijk? Dan hebben we 2 tips voor je.

1: Bedenk wat de lezer wil

Bedenk welke vragen de lezer zou kunnen hebben over het onderwerp en zet deze vragen in een logische volgorde. Vervolgens formuleer je in trefwoorden de juiste antwoorden. Zo wordt het duidelijk wat je waar in de tekst zult behandelen. Het resultaat hiervan is een bouw- of een tekstplan. Klik hier voor een voorbeeld.

2: Gebruik bestaande bouwplannen

Bij het opstellen van de structuur van je tekst kun je natuurlijk ook een beroep doen op de ervaring van anderen. Veel teksten die geschreven worden, lijken min of meer op elkaar en kunnen op dezelfde manier worden opgezet. Er is dan ook sprake van vaste ‘bouwplannen’ van teksten,  waar je als schrijver je voordeel kunt mee doen. Deze vaste plannen bestaan steeds uit een aantal vragen, die de lezer zich logischerwijze zal stellen. Bekijk hier een overzicht van de verschillende bouwplannen.

Onderdelen van een paper

Het is niet moeilijk, het is gemakkelijk.

Elk werkstuk heeft:

Begin of inleiding

Je begint met een inleiding, soms ook voorafgegaan door een voorwoord (bijvoorbeeld bij je bachelorproef).

In een voorwoord verwoord je een persoonlijke motivatie voor het onderwerp. Eventueel kan je een dankwoord toevoegen. Je vermeldt er ook je naam en datum.

In de inleiding kondig je het onderwerp van je werkstuk aan. Je beschrijft in grote lijnen de hoofdvraag en/of subvragen. Je maakt de lezer ook wegwijs in de opbouw van je werkstuk.

Besef dat de eerste indruk belangrijk is. Boei je lezer (een punten toekennende docent) van in het begin. Dit kan door:

  • een pakkend citaat;
  • een betwistbare stelling;
  • een relevante anekdote;
  • een contrast of paradox;
  • een portret van een geïnterviewde;
  • een korte, passende grap/raadsel;
  • een historische terugblik;
  • of schokkende cijfers.

Midden of kern

Je formuleert hier een antwoord op je hoofd – en subvragen. Inspiratie voor vragen kan je vinden in het overzicht van mogelijke bouwplannen van een tekst.

Slot of conclusie

In je slot staan je belangrijkste bevindingen. Je vermeldt er geen nieuwe informatie!

Het slot bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

  • een samenvatting van de hoofdpunten;
  • een boodschap aan de lezer;
  • de belangrijkste resultaten;
  • een herhaling van je conclusie;
  • je aanbevelingen;
  • de beperkingen van je conclusie.

Een goed slot maakt de belofte waar die de lezer gedaan is in de inleiding. Het versterkt de boodschap van de tekst, geeft te denken, zet eventueel aan tot actie. Net als voor de opening bestaan er veel leuke manieren om je tekst te beëindigen:

  • een verwijzing naar het begin;
  • een anekdote;
  • een citaat;
  • een verwijzing naar de toekomst.

Vragen over dit artikel?

Contacteer je studiebegeleider